|


|
De
afwisselende weersomstandigheden, de bodemsamenstelling alsook de verschillende
rivierbekkens hebben allemaal een beslissende invloed op de Brazilaanse
plantengroei. In het Amazonebekken en op die plaatsen langs de Atlantische oceaan
waar het vaak regent bevindt zich het tropisch regenwoud. Dat regenwoud heeft
een weelderig gamma aan groen blijvende loofbomen en telt daarnaast ook heel wat
verschillende plantensoorten - niet minder dan een 3.000 soorten over 2.6 km.
In de
laaglanden en op plateaus nabij de oostkust, waar het
beduidend minder regent en er een droog seizoen is, bestaat het woud voor de helft uit loofbomen: deze zijn
kleiner dan in het regenwouden verliezen hun
bladeren in het droge seizoen. In het semiaride noordoosten
domineert de caatinga, een droge struik. In het centrale
deel van Brazilië vindt men daarentegen overwegend
savannebossen terug - cerrado, met schaars struikgewas en
planten die bestand zijn tegen de droogte. In het zuiden
bestaat de vegetatie overwegend uit Paraná - dennen (of
Araucaria) in het hoogland en weidegras op het laagland.In
de moerassen van Mato Grosso- de Pantanal - een 230.000 km2 grote vlakte in het middenwesten van het land, groeien
hoge grasachtige planten en wijd vertakte bomen, Tijdens
het regenseizoen loopt het hele gebied onder water |
|
|