Ontdekkingsreizen en
de koloniale periode
Portuguese
Ontdekkingen (1487 - 1497)
In de 15de en 16de eeuw was
Portugal, een Iberisch koninkrij met nauwelijks een miljoen inwoners,
klaar om zijn nakende ingeslotenheid tussen een vijandig Castilië en de
Atlantische oceaan te ontvluchten. Na een intense strijd tegen de Moren,
die het land voor een deel in hun greep hadden, verhinderde niets de
Portugezen nog aan de ontdekkinngstochten te beginnen naar wat er zich
achter de verste einders van de zee bevond. Terwijl de Spanjaarden langs
westelijke weg een maritieme doorgang naar het gegeerde Oosten probeerden
te vinden, verkozen de Portuguezen de zuidelijke route lans de Afrikaanse
kust. Met Vasco da Gama bereikten ze al in 1487 kaap de Goede Hoop en
ontdekten ze de zeeroute naar het Verre Oósten via de Indische OCeaan in
1497.
Volgens sommigen waren de
Portugezen ook van het bestaan van een land aan de westelijke kant van de
Atlantische oceaan op de hoogte, maar zouden ze deze kennis geheim hebben
gehouden om Spanje, Engeland en Frankrijk om de tuin te leiden.
Portugal had al een paar
ontdekkingsreizen in westerlijke richting ondernomen vooraleer Columbus in
opdracht van Spaanje de Antillen van Centraal-Amerika bereijkt. Voor een
klein land als Portugal was de geheimhouding van vitaal belang: het was
een noodzakelijke en strategische voorwaarde om haar gunstige
ontdekkingstochten verder te zetten, ten nadele van grotere en machtigere
zeeschuimers.
Na een tijd kwam het
geheim toch aan het licht. Het verdraag van Tordesillas (1494) regelde de
onenigheden tussen Spaanje en Portugal omtrent de nieuwe overzeese
grondgebieden.Beslist werd dat de territoria ten oosten van de dan
vastgestelde meridiaan op 370 mijl ten westen van de kaapverdische
Eilanden, aan Portugal zouden toebehoren, terwijl de gebieden ten westen
van de meridiaan naar Spanke zouden gaan, De fictieve lijn in kwestie
sneed dwars door het oosten van het Zuid - Amerikaanse grondgebied en
vormde de eerste Brazilaanse grens met de omringende Spaanse grodgebiede.
Pedro Alvares Cabral. de Portugese ontdekkingsreiziger die nu als 'ontdekker'van
Brazilië bekend is, zou hoe dan ook pas 6 jaar later - in het jaar 1500 -
in de omgeving van Porto Seguro in Brazilië aan lan gaan.

Eerste ontdekkingen
Na Cabrals reis kwanmen er
al snel ander Portugese expedities, Talrijke bruikbare rijkdommen kwamen
aan de oppervlakte: zo was er een houtsoort die een paarsrode kleurstof
voortbracht: het brazielhout of pau brasil waaraan het land zijn huidige
naam te danken heeft. Een eerste georganiseerde kolonisatie van het
verwarven gebied ging hoe dan ook pas ron 1530 van stat: de pioniers
voerden toen planten, zaden en husidieren in met het oog op een langer
verblijf en een blijvende vestiging. Al bestaande enclaves in het
noordoosten werden van versterking voorzien. In het zuidoosten werd in
1532 São Vicente gesticht, aan de kust van wat later de deelstaat Sõ Paulo
zoy worden, en het noordoosten werd Salvador, dat later de zetel van de
Portugese gouverneur - generaal zou worden, in 1549 op de plaatselijke
Indianen gewonnen. Het land was overigens maar schaars bevolkt met
Indianenstammen, waarvan sommige vreedzaam waren, maar ander - vooral die
in het binnenland - bijzonder oorlogszuchtig . De Portugezen gingen met
enkele van hen een verbond aan.
Naarmate de kolonisatie
zich uitbreidde werd ook een administratie noodzakelijk . Daartoe creëerde
de Portugese overheid een aantal kapiteinschappen of capitanias, die het
land in gelijke stukken verdeelden en uitgingen van het principe van het
erfelijk leenrecht.
Veertien vab deze
kapiteinschappen - waarvan sommigen groter waren dan Portugal zelf -
werden in de helft vab de 16de eeuw gesticht . De begunstigde bestuurders
ervan of donatários waren Portugese edellieden die zowel voor de goede
orde van economie, handel, bevolking en defensie verantwoordelijk waren.
Van dit systeem van onderverdeling zijn van daag de dag nog sporen terug
te vinden op de territoriale en politieke kaart van Brazilië.

De Koloniale Periode
Het vochtigem vruchtbare
kustland van de huidige staat Permambuco was uitermate geschikt voor het
verbouwen van suikerriet, en was met de haven van Recife goed gelegen als
tussenstop voor schepen die Portugal met West - Afrika of het Oosten
verbonden.
De suikerrietbouw en de
daarmee verbonden technieken werden uit. Madeira overgebracht.Met daarbij
nog de Afrikaanse slaven als werkkrachten en het goud als pure winst
groeide al snel een bloeiende driehoekige handelsverbinding:West -Afrikaanse
slaven werende overgebracht om op de suiker plantages te werken; die
zuiker werd, samen met ander lokale producten, op Eurpoese markt aan de
man gebracht (de traditonele bevoorrradingsbronnen konden er de stijgende
vraag niet meer aan) ; en met vergaarde winsten werden de slavenhandelaars
in Afrika voor hun waar betaald.

De Spaans -Portugese
unie (1580-1640)
De voorspoedige groei van
de Portugese kroon en haar economie in Brazilië werd voorlopig een halt
toegeroepen door de gebeurtenissen in Europa zelf. Toen Sebastiaan, Koning
van Portugal , in 1578 stierf, werd hij met familiebanden opgevolgd door
Filips II van Spaanje. Portugal en zijn overzeese gebieden vielen daarbij
in de praktij onder de Spaanse kroon, en die verbinding van de twee
Iberische mogendheden zoy stand houden van 1580 tot 1640. Tijdens de unie
van de twee landen werd Zuid Amerika even in zijn geheel
Spaanssprekend.Het paradoxale gevolg van het 60 jaar lange samengaan van
Spanje en Portugal was raar genoeg dat de Portugese overzeese kolonie -
het latere Brazilië dus - er zijn voordeel mee behaalde, en de interne
rangen kon versterken. Gradueel begonnen dan ook Brazilaanse stemmen voor
onafhankelijkheid op te gaan.
Tezelfdertijd begon men
dieper in het ruime Brazilaanse achterland binnen te dringen. Het
belangrijkste uitvalspunt voor die exploratietochten was het kapiteinschap
São Vicente. Vanuit het hudige São Paulo als basis baanden de zogenaamde
bandeira's of expedities, die georganiseerd werden om Indiaanse slaven te
zoeken, zich dwars door oerwouden en bergketens een weg naar de plateaus
in het binnenland . Het is bekend da de expeditieleden,de bandeirantes,
Indianen gingen stelen in de wijd verspreide Jezuiëtenmissies in het
binneland . Zonder rens van het door Tordesillas vastegelegde Braziliaans
gorndgebied beetje bij beetje opgeschoven naar het westen.

Territoriale expansie
Toen de Portugezen in 1640
in Europa onder João IV hun, anafhankelijkheid van de Spaanse Kroon
herwonne weigerden ze het door de verkenningsexpedities ingenomen terrein
ten westen van de lijn van Tordesillas aan haar rechtmatige eigenaar -
Spanje - in zich voor het betreffende gebied als wettige soeverein te doen
gelden op basis van wat nu in de internationale wetgeving bekend staat als
het uti possidetis ; een (eigendoms) recht afgeleid van 'nuttig bezit' in
plaats van titel.
Na de hernieuwde aversie
voor het Spaanse gezag werd ook een 24 jaar lange Hollandse bezetting in
het Brazilaanse Noordoosten door de Portugezen de kop ingedrukt.Die
machtsoevername had een afname van de suikerproductie in de streek tot
gevolg. Men probeerde dan maar op andere manieren in het levenbsonderhoud
te voorzien: veeteelt en mijnbouw kregen in deze periode vaste voet in de
Brazilaanse grond.
Tegelijkertijd werden ook
nieuwe , meer binnelands gelegen gebierden verkend en ontgonnen.

Goud ontdekt (1690-1800)
Een ingrijpede gebeurtenid
tijdens de verschillende expedities naar het Brazilaanse binneland was
zeker de ontdekking van goud.Daardoor verlieten duizenden mensen de
suikerrietplntages van de kuststreken, en werd nieuwe migranten uit
Portugal aangetrokken om met makracht aan de goudhonger te hunnen voldoen.
Daarmee samenhangend ontwikkelde zich in het binnelands een veeteelt
gericht op de vlees - en ledervoorziening van de mijncentra, en ontstonden
nieuwe stadjes in de huidige deelstaat Minas Gerais. Bijna 1.000 tan goud
en 3 miljoen edelstenen werden tussen 1700 en 1800 uit de Brazilaanse
ondergrond naar boven gehaald.
De onstuitbare groei van de
goudwinning in Brazilië had niet allen effect in de kolonie zelf, maar
beïnvloede ook gang zaken in Europa. Het Brazilaans goud werd weliswaar
onder Portugese controle naar Lissabon gebracht maar bleef daar niet.
Met het Verdrag van Methuen
(1703) began Engeland textielproducten te leveren aan Portugal,die dan met
her vergaarde goud werden betaald . Uiteindelijk droeg het goud zelfs in
belangrijke mate bij tot de financiering van de industriële revolutie.
In de tweede helft van de
18de eeuw werd de zetel van de koloniale regering, na twee eeuwen in
Salvador, naar Rio de Janeiro overgebracht. De nieuwe hoofdstad
domineerde beter de toeganswegen tot de ontginningsmijnen in Minas Gerais
en lag ook dichter bij de aangroeiende zuidelijke steden
