Omstreeks het einde van de
jaren 1940 kon men van een echte Braziliaanse filmindustrie spreken. Het
doel van de in São
Paulo opgerichte filmmaatschappij Vera Cruz was het maken van
internationaal georiënteerde films van hoge kwaliteit. Daartoe werden
onder meer buitenlandse filmtechnici aangetrokken en ook Alberto
Cavalcanti, een gerenommeerd Braziliaans filmregisseur met internaltionale
reputatie, kwam uit Europa terug om de leiding te nemen over de
maatschappij. Tot 1954 zou Vera Cruz een aantal belangdjke films
produceren, zoals het epos O Cangaceiro dat in 1953 op het filmfestival
van Cannes bekroond werd als de beste avonturenfilm.
ln de jaren 1950 onderging de
Braziliaanse film een grondige verandering. Nelson Pereira dos Santos
maakte in zijn film Rio 40 Graus (Rio 40 Graden) gebruik van technieken
afkomstig uit het ltaliaanse naoorlogse realisme; dat hield opnames in op
straat in plaats van de studio, met gewone mensen en geen acteurs, en een
gering budget. De levensechtheid van de films was er zeker mee gebaat en
Nelson Pereira dos Santos zou zich vestigen als een van de belangrijkste
vernieuwers van de Braziliaanse film van zijn tijd. Hij was het die de
Brazilaanse cinema novo lanceerde. Andere filmregisseurs in zijn kielzog
zouden dezelfde principes gaan hanteren en de filmproductie nam met succes
toe. ln 1962 won Anselmo Duartes O Pagador de Promessas (De
Beloftenbetaler) de Gouden Palm in het Franse Cannes.
Voor de cinema novo gold
overigens een belangrijke stelregel: 'een idee in het hoofd en een camera
in de handen'. Veel films uit het genre handelden over belangrijke
binnenlandse problemen, van landelijke conflicten tot diepmenselijke
problemen in de grote steden: andere waren verfilmingen van gelijkaardige
Braziliaanse romans. Vidas Secas (Steriele Levens) van cineast Pereira dos
Santos is gebaseerd op een roman van Graciliano Ramos; het verhaal van een
familie in het noordoosten die door ernstige droogte uit huis wordt
gejaagd. Deus e o Diablo na Terra do Sol (God en de Duivel in het Land van
de Zon) van filmregisseur Glauber Rocha gaat op een allegorische manier
over religieus en politiek fanatisme in het noordoosten. Noite Vazia
(Lege Nacht) keert terug naar persoonlijk getinte stadsproblemen, en
belicht existentiële angst van mensen in de industriële grootstad Sâo
Paulo.
Eind jaren 1960 zou het
muzikale Tropicalisme ook de film van een schout levensvrijheid‑ en
blijheid voorzien. Men wilde ook van alle buitenlandse bijdragen
Nationale producten maken. De filmkunst ontsnapte niet aan die
invloedssfeer en de allegorie kwam opnieuw in bloei. Men durfde opnieuw te
dromen. De meest typerende film van de Tropicalistische Beweging is
Macunaíma door Joaquim Pedro de Andrade, een metamforische ontleding van
de Braziliaanse eigenheid via het verhaal van een lndiaanse jongen die de
wildernis verlaat om in de grootstad zijn geluk te gaan beproeven. De
film is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1922 van Mário
de Andrade.
Intussen dook gelijktijdig met
het Tropicalisme, in Rio de Janeiro en São Paulo een andere
filmbenadering op: de zogenaamde cinema marginal. De cineasten van deze
beweging maakten (net zools de cinema novo) met relatief weinig geld films
die handelden over de problemen van de verstotenen van de maatschappij.
Hun films worden door velen te ingewikkeld gevonden. De belangrijkste
films die door deze beweging werden gemaakt zijn Rio Babilônia door
Neville d’AImeida, Matou o família o foi ao Cinema (Hij doodde zijn
familie en ging naar de Bioscoop) van Júlio Bressane, en O Bandido da Luz
Vermelha (De Rover van het Rode Licht) van Rogério Sganzerla.
ln de jaren 1970 en 1980 zorgde
het officiële filmagentschap Embrafilme (1969‑1990) voor de coproductie,
financiering en verdeling van het merendeel van de gemaakte films.
Embrafilme voegde een commercieel aspect toe aan de filmkunst, waardoor
de deur voor meer ambitieuze projecten werd opengezet. Succesfilms van de
jaren 1970 waren Pereira dos Santos' Amuleto de Ogum (Ogums Amulet) over
de Afrikaanse candomblé‑cultus in Brazilië, en Joaquim Pedro de Andrades
Guerra Conjugal (Echtelijke Oorlog), gebaseerd op een novelle van Dalton
Trevisan. Guerra Conjugal doet in een aantal taferelen het relaas van
zowel de leuke als de pijnlijke aspectLen van een echtelijk leven.
Dona Flor e seus dois
Maridos (Dona Flor en haar twee
Echtgenoten), naar de roman van de Bahiaan Jorge Amado, werd door cineast
Bruno Barretto gemaakt tot een internationaal succes: de vermakelijke film
over de betrekkingen van een weduwe met haar tweede echtgenoot en de geest
van haar overleden eerste man scheerde over de hele wereld hoge toppen.
In de jaren 1980 begon de
televisie de overhand te krijgen op de bioscoopfilms. De telenovelas
(soaps) schoten vanaf' dat moment als paddenstoelen uit de grond en konden
rekenen op massaal succes; met hun alledaagsheid van onderwerp hielden (en
houden) ze menig Braziliaan dagdagelijks aan de kijkbuis gekluisterd.
Daardoor werden op termijn veel filmzalen (vooral dan in het binnenland)
opgedoekt. Filmcomplexen elders wisten zich echter te handhaven en
integreerden zich binnen de andere vrijetijdsbesteding van de gegoede
Braziliaan; voor een film kon men tegenwoordig dan ook regelmatig in een
reusachtig shopping center terecht. Toch verschenen er in de tussentijd
kwaliteitsvolle fiIms, zoals Eles não usam Black‑Tie (Zij dragen geen
Smoking) door Leon Hirzman uit 1981 ‑over een staking in het
industriegebied rond São Paulo ‑ en Memórias do Carcere
(Gevangenismemoires) van Nelson
Pereira dos Santos uit 1984 ‑ gebaseerd op een boek van Groceliano Ramos
over het leven van politieke gevangenen.
Tegenwoordig zijn Braziliaanse
films, op televisie en in bioscopen, in alle werelddelen te zien. In
België genoot de film Central do Brasil (1998) veel bijval: de film gaat
over een weesjongetje dat, na het overlijden van zijn moeder, met de hulp
van een oudere dame in het Braziliaanse binnenland op zoek gaat naar zijn
onbekende vader. De film is een hommage aan de samenhorigheid van de
Brazilianen, hoe arm en verschillend ook. In Brazilië zelf trok ook
Cidade de Deus (2002) onlangs nog volle zalen. De film vertelt het verhaal
van jeugdige criminaliteit en bloedvergieten in de achterbuurten van Rio
de Janeiro. Niet voor niets werd de film onder de naam Cidade dos Homens
even later ook in aangepaste vorm op het Braziliaanse televisiescherm
gebracht, hetgeen de vervlochtenheid van de Braziliaanse kijkervaring met
zijn televisie nog maar eens onderstreept.
