Het mag niet verwonderen dat de voetbalcultus ook in Brazilië zelf hoog staat aangeschreven. Het land telt talrijke belangrijke ploegen (Corinthians en Palmeiras voor São Paulo, Fluminense en flamengo voor Rio de Janeiro) en evenveel grote stadions. Het grootste daarvan, het Maracanã‑stadion in Rio de Janeiro, werd in 1950 voor de Wereldkampioenschappen gebouwd en biedt plaats aan ruim 200.000 toeschou­wers. Er zijn nog een vijftal andere stadions die plaats bieden aan zo'n 100.000 kijklustigen.

Niet alleen bekampen de diverse voetbalploegen in Brazilië elkaar voortdurend onder grote persbelangs­telling, ook in de 'gewone' regionen van de samenle­ving is voetbel er een dagdagelijkse maar niet minder belangrijke bezigheid. Het beeld van jonge straatkin­deren die ergens in de binnenstad of het binnenland met ongebreidelde geestdrift en kunde een match spelen is zeker niet verzonnen; niet alleen verdrijven ze daarmee hun tijd, maar ook leveren ze aan het Braziliaanse topvoetlbal nieuw talent. Veel van de beste voettballers zijn vanuit het niets begonnen. Voor vele mannen is en was het nog steeds een gedroom­de springplank naar een beter leven.

 

Wie zich daarnaast in het Braziliaanse voetbal doet opmerken, mag rekenen op internationale roem. Zelfs wie zich niet in voetbal interesseert kent de Braziliaan Pelé (Edson Alrantes de Nascimento, bijgenaamd O Rei Pelé ‑ Koning Pelé) die zich in de jaren 1960 opwerkte tot de beste voetballer ter wereld. Tijdens zijn 18 jaar lange carrière in Brazilië maakte Pelé meer dan 1.200 doelpunten. Ook later werd Pelé nog steeds naar waarde geschat door voormalig president Cardoso, die hem de ministerpost van sport aanbood. Vandaag de dag wordt zijn rol overgenomen door niet mindere goden zools Ronaldo, Romario, Ronaldinho en zovele anderen. De Braziliaanse bondcoach lijkt plaats tekort te komen om alle talentvolle spelers op het veld te plaatsen; allemaal kunnen ze rekenen op het onvoorwaardelijke geloof van de Braziliaanse fan. De Braziliaanse spitsen kunnen overigens ook in het buitenland rekenen op de nodige interesse rekenen: zo speelden zowel Romario als Ronaldo in het verle­den nog bij het Nederlandse PSV Eindhoven, en dreef Ronaldo in 2002 zijn transfersom nog op tijdens zijn aankoop van het Italiaanse Milon.

Ook andere sporten werden in Brazilië druk beoefend. Volleybal is zowel bij de dames als bij de heren erg populair; zo won een vrouwenteam de Wereld­beker in 1991 en een mannenteam de gouden medaille op de Olympische Spelen van 1992. Ook ruim een decennium later liggen de kaarten van het Braziliaanse volley nog uitstekend. Brazilië telt ook uit­stekende basketbalspelers, die zich geregeld weten te onderscheiden op de Olympische spelen en twee keer het Wereldkampioenschap voor heren wonnen. Tennis is ook populair met een gestage evolutie die begon in de tweede helft van de vorige eeuw: in de jaren 1960 kaapte Brazilië een paar belangrijke inter­nationale titels weg, toen Maria Ester Bueno tot drie keer toe Wimbledon won. In 1987 werd een Braziliaanse ploeg geplaatst in de Eerste Klasse voor de Davisbeker, en recentelijk, in 2002, ging ook Gustavo Kuerten nog overtuigend de overwinningstoer op.

Een gevaarlijkere maar zeker heel populaire sporttak in Brazilië is die van de Formule 1 ‑competitie. Eind jaren 1960 begon Emerson Fittipaldi de overwinningen op te stapelen, en dit was het begin van een onge­remde opleving van Formule 1 in Brazilië. Jonge veel­belovende autorenners kwamen al snel naar boven, zoals Nelson Piquet, Wereldkampioen in 1981, 1983 en 1987, en Ayrton Senna, die internationale hoofdprijzen op zijn naam schreef in 1988, 1990 en 1991. Voor velen leek de Braziliaanse superioriteit ook op het vlak van deze autoracen onbetwistbaar, tot op 1 mei 1994 voor Senna het noodlot toesloeg, en hij verongelukte tijdens de Grote Prijs van San Marino. Senna kreeg tegen alle protocol in een staasbegrafe­nis, en voor de Brazilianen begon een lange periode van rauw. Recent werd de Braziliaanse leidersrol voor Formule 1 weer opgenomen door Rubens Barrichello.

Ook in andere sporttakken is Brazilië steeds erg ver­dienstelijk geweest: in roeisport, zeilsport, zwemsport en judo kaapten de Brazilianen met de regelmaat van de klok Gouden, Zilveren en Bronzen medailles weg op internationaal niveau. De invloed van het Braziliaanse klimaat en de lokale geografie is aan die sportieve wellust ongetwijfeld niet vreemd: de kustlijn ‑ die meer dan 7.000 km lang is heeft de Brazilianen in het verleden al verleid tot andere sporten zoals windsurfen, zeilvliegen en surfriding.