En na de maaltijd of tussendoor
is er altijd wel nog plaats voor een verfrissende caldo de cana (een zoet
drankje uit rietsuiker, dat ter plaatse door de machine wordt gehaald) of een
agua de coco (een groene kokosnoot), naast de onmisbare guarana of andere
dranken. De Braziliaanse keuken is overigens niet alleen heel creatief, maar
staat ook op overvloed: naar Europese normen is de hoeveelheid voedsel bij een
maaltijd soms enorm.
Een van de bekendste (en
pittigste) keukens in Brazilië is zeker die van Bahia. Naast talrijke
gerechten die rechtstreeks stammen uit de Afrikaanse traditie is de
feijoada er uitgegroeid tot een nationale schotel. Feijoada is een
mengeling van bruine bonen, stukken vlees, look, pepers en een voedzame
saus, aangedikt met forofa (maniokmeel). Het gerecht gaat terug op het
slavenverleden van Bahia: vroeger moesten de slaven zich met de restjes
van de meesters tevreden stellen, en behoorden bijvoorbeeld varkensoren of
‑poten tot de dagelijkse kost. Anderen mochten nu en dan vissen, garnalen
als schelpdieren gaan vangen.
'Andere specialiteiten uit de
Bahiaans‑Afrikaanse traditie zijn onder meer vatapá, sarapatel en caruru.
Bij de bereiding ervan deden de vrouwen net zoals in Afrika gebruikelijk
was de ingrediënten in de pan met wat olie van de dendêpalm. In de loop
van de eeuwen werden de recepten opgeschreven en kregen de gerechten een
naam. Bij Vatapã worden garnalen in kleine stukjes gesneden of geraspt met
stukjes vis vermengd, gebakken in dendêpalmolie met stukjes brood, en met
witte rijst opgediend. Bij Sarapatel worden de lever en het hart van een
varken of een schaap met vers bloed van het dier gemengd en gekookt. Het
geheel wordt op smaak gebracht met tomaten, pepers en ajuin. Caruru is een
mix van gebakken garnalen die met een pikante saus gemaakt met rode pepers
en gombo, wordt geserveerd.
De culinaire specialiteiten van
Brazilië beperken zich heus niet alleen tot Bahia. Ook in het Amazonewoud
zijn er lekkernijen te vinden, die voor een deel teruggaan op de inheemse
keuken: zo bijvoorbeeld pato no tucupi, eendenvlees in een voedzame en
pittig gekruide saus die urenlang in de maag blijft naprikkelen. Ook
tacacá is typisch voor de streek: het is een dikke gele soep met gedroogde
garnalen en look.
In de zuidelijke staten van
Brazilië heeft de invloed van de Europese keuken de bovenhand gehaald. De
specialiteit van de voormalige immigranten is er de churrasco ‑ een soort
barbecue waarbij sterk en sappig rundsvlees buitenshuis boven houtskool
wordt geroosterd en vervolgens met een tomaten‑ en uiensaus wordt
opgediend. De gaúchos in het binnenland gebruiken soms wel een hele os
voor zo'n churrasco.
Hierboven gingen we al kort in
op de Braziliaanse drank. Naast de typische Guaraná die uit
Amazonevruchtenextracten wordt bereid en in Brazilië een geduchte
tegenspeler is van Coca Cola, zijn ook sterkere dranken erg in trek. Op
basis van de Nationale rum, de pinga oftewel cachaça,
worden een hele reeks van cocktailvariëteiten klaargemaakt. Daarvan is de
caipirinha ‑ met stukjes limoen, rietsuiker en vergruizeld ijs ‑ veruit
de meest geliefde. Ook caipiroska (met vodko in plaats van cachaça) en vele andere
exotische cocktails zijn aanraders. Daarnaast kan Brazilië ook rekenen op
een flinke bierindustrie, die mede door de Europese immigranten (vooral
Nederland en Duitsland) op dreef werd gebracht. Verschillende brouwerijen
brengen nu op industriële schaal hoogwaardig bier voort.