|
ONDERWIJS
Het Braziliaanse onderwijsstelsel steunt
op openbare (federale‑, staats‑, gemeentelijke) en particuliere
instellingen, van kleuterschool, basisonderwijs (Eerste Graad ‑ I Grau) en
secundair onderwijs (Tweede Graad ‑ II Grau) tot universitair en
postuniversitair onderwijs. De leerplicht geldt van kinderen van 7 tot 14
jaar. Hoe openbaar onderwijs, op welk niveau dan ook, is volledig gratis.
Particuliere scholen die geen winst opleveren kunnen voor subsidie in
aanmerking komen. De Grondwet van 1988 besteedt 25 % van de
staatsbelastingen en de lokale belastingen aan het onderwijs. De
Braziliaanse onderwijsinifrastructuur heeft in de afgelopen 25 jaar
aanzienlijke verbeteringen doorgemaakt. Op alles niveaus samen waren er in
1964 10 miljoen schoolgaande jongeren; in 1990 waren dat er al 37,6
miljoen. Daarvan zat 3 miljoen leerlingen in kleuterscholen, 28,2 miljoen
in het basisonderwijs, 3,8 miljoen in het secundair onderwijs en 1,7
miljoen aan de universiteit. Ook later nam het aantal leerlingen
exponentieel toe. De scholarisering van het lager onderwijs is
ondertussen zo goed als volledig, en de graad van analfabetisme daalt
zienderogen.
Ondanks die vooruitgang vindt men in de hoogste klassen van het secundair
onderwijs minder dan 40 % van de beoogde doelgroep, weliswaar met een
toename van het aantal 'zwarte' leerlingen. Cristovam Buarque poogde
daaraan in het verleden paal en perk te stellen door het veralgemenen van
de zogenaamde bolsa escola ‑ een subsidie die minder gefortuneerd ouders
aanzet om hun kinderen toch naar school te sturen. De Braziliaanse
weetgierigheid werd er niet minder om: veel jongeren in de krottenwijken
zijn ondanks hun armoede toch aangesloten op het internet.
Praktisch alle onderwijsniveaus ressorteren onder het Ministerie van
Onderwijs. Dat wordt bijgestaan door de Federale Raad voor Onderwijs, die
de studiecriteria bepaalt. De federale regering onderhoudt tenminste één
universiteit in elke deelstaat. Omdat de vraag naar hoger onderwijs groot
is en de beschikbare plaatsen ontoereikend, leggen de faculteiten en de
universiteiten als geheel, zowel in het openbare als het in het
privé‑onderwijs, een toelatingsexamen op: het zogenaamde vestibular. Na
voltooiing van een volledige academische cursus aan de universiteit
behaalt de student het diploma van bacharel, of na een extra jaar
lerarenopleiding, het diploma van licenciado.
Vroeger waren postuniversitaire cursussen relatief
zeldzaam in Brazilië, maar daarin is de
laatste decennia verandering gekomen. Zo waren er begin jaren 1990 maar
liefst 900 instellingen voor hoger onderwijs, waaronder 93
universiteiten. Meer dan 1.000 postuniversitaire cursussen zijn
ondertussen beschikbaar, en ze zijn van een internalionaal hoogstaand en
competitief kaliber. Tegelijkertijd is er ook naar die onderwijsniveau een
steeds reëlere doorstroming van ‘gekleurde’ Brazilianen. Het door
subsidies aangemoedigde sociaal gelijke onderwijs lijkt dus gestadig tot
ontwikkeling te komen.
|