[back]


Raciale vermenging

 

 

Drie rassentypes bepalen groso modo de samenstelling en het uiterlijk van de Braziliaanse bevolking. Bij de originele inheemse bewoners (Indianen) kwamen in verschillende golven Europeanen (in aanvang voornamelijk Portugezen) en Afrikanen (meestal uit de westelijke kuststreken ten zuiden van de Sahara).

In de 16e eeuw leefden in het huidige Braziliaans territorium honderden inheemse stammen: hoewel verwant waren zij verschillend wat taal en cultuur betreft. Groepen die Tupi en Guarani spraken, leefden langs de kust en in het achterland, en vermengden zich met de Porugese kolonisten. Talrijke stammen met andere talen (Gê, Arwak en Karib) daarentegen leefden in het binnenland, en het duurde langer voorat contacten met de “outsiders” aangeknoopt werden. Tegenwoordig is het aantal indianen teruggebracht tot slechts een fractie van het oorspronkelijke aantal. Heel wat stammen zijn, o.a. door europese ziektekiemen in de tijd van de kolonisten, volledig verdwenen. Recent lijkt het indiaanse beolkingsaantal weer wat te stijgen, en heeft het de 358.000 bereikt. De braziliaanse indianen behoren tot zo`n 200 verschillende groepen en spreken zowat 180 verschillende talen. Uitgestrekte gebieden (in totaal 850.000 km², hetzij 10% van het totale Braziliaanse territorium) werd de indianen ondertussen door de Braziliaanse regering ter beschikking gesteld. In deze vaak enorme reservaten behouden de indianen hun voormalige levensstijl. Toch leven er ook nog verschillende onbekende stammen diep in het regenwoud, die nopg nooit met de “beschaafde wereld” in aanraking zijn gekomen.

Vanaf de tweede helft van de 16e eeuw trachtte de Portugese kolonisator het gebrek aan Indiaanse werkkrachten met Afrikaanse slaven op te vullen. Met Bantoes en Soedanese Afrikanen werd de goed geoliede transatlantische economie voor het eerst op gang gebracht. De slaven werkten op suikerrietplantages en later op koffievelden en in goud- eb edelsteenmijnen. Met de toevoeging van de Afrikaanse component aan de embryonale Braziliaanse bevolking werd die op zijn minst peproblematiseerd. De integratie van de slaven was veeleer een moeizaam proces, en slavenopstanden hingen geregeld in de lucht. Daarnaast waren, door een tekort aan vrouwen, ook gewengde huwelijken met zwarte en Indiaanse vrouwen niet van de baan. De daaruit voortkomende raciale vermenging maakte dat enig racisme in Brazilië niet uitsluitend op basis van de huidskleur kon gebeuren, zoals dat wel kon in de Verenigde Staten. Wat telde was de sociale status. De slavernij werd afgeschaft rond 1850, maar de vooroordelen bleven in impliciete vorm aanwezig.

Vanaf het einde van de 19e eeuw kwamen meer en meer migranten uit alle hoeken van de wereld in Brazilië hun economische heil zoeken: niet alleen Portugezen, Spanjaarden en Italianen, maar ook Libanezen waagden zich aan de grote oversteek naar het tropisch land. In de eerste helft van de 19e eeuw kwamen, wegens oorlogen en economische malaise, grote groepen uit West-, Midden_ en Oost-Europa zich in Brazilië vestigen. Nadien had een aantrekkelijke politiek ten voordele van Japan ook van die kant een immigratiestroom tot gevolg. Eerder, in 1908, hadden zich al zo`n 640 Japanse migranten in Brazilië gevestigd; in 1969 was dat aantal al opgelopen tot een kwart miljoen. Vandaag de dag vormen de Japanse Brazilianen de grootste Japanse gemeenschap buiten Japan.