4.3. De Uitvoerende Macht
De President van de Republiek is hoofd van de Executieve (waarvan de macht
duidelijk is bepaald in de Grondwet). De President en de Vice‑President
worden voor vijf jaar verkozen, maar zich kandidaat stellen voor de
volgende termijn is niet hen toegestaan.
De Grondwet voorziet in welke gevallen de President door zijn functie kan
worden ontheven door het Congres. Mocht de functie, om welke reden dan
ook, vacant worden, dan zal de Vice‑President het ambt bekleden tot het
einde van de voorziene termijn. Hij of zij zou, in voorkomend geval,
opgevolgd worden door de Voorzitter van de Kamer van
Volksvertegenwoordigers, daarna de Voorzitter van de Senaat, en de
Voorzitter van het Federale Oppergerechtshof.
De President benoemt zelf de Ministers van zijn regering, die aan hem
rechtstreeks verantwoording schuldig zijn en die hij op elk moment van hun
taak kan ontheffen. Een Minister kan gedwongen zijn om voor de
Volksvertegenwoordigers te verschijnen, of voor de, Senatoren, of voor een
of een aantal van hun commissies.
